Zij die geen vijandigheid in zich dragen zijn zelfs gelukkig terwijl zij temidden van vijanden leven. |
197. Wij, die niet haten, leven gelukkig temidden van hen die haten. Onder hatende mensen leven wij vrij van haat. susukham vata jivama verinesu averino verinesu manussesu viharama averino Wij leven zonder haat onder hen die haten. Wanneer zij haten, leven wij zonder haat. Ondanks wij onder hen leven die haten, zijn wij bijzonder gelukkig. |
Voor hen met gevoelens van goede gezondheid, is het inderdaad comfortabel om onder de zieken (met bezoedelingen) te leven. |
198. Wij, die gezond zijn, leven gelukkig temidden van hen die ziek zijn. Onder zieke mensen leven wij vrij van ziekten. susukham vata jivama aturesu anatura aturesu manussesu viharama anatura Onder hen die ziek zijn (aangetast door bezoedelingen) leven wij, die vrij van die ziekten zijn. Onder de zieken leven wij, vrij van ziekten, inderdaad bijzonder gelukkig. |
Zonder dat wij opgewonden zijn leven wij in alle comfort temidden van zeer opgewonden wereldse mensen. |
199. Wij, die vrij van waanzinnigheid zijn, leven gelukkig temidden van hen die waanzinnig zijn. Onder waanzinnige mensen leven wij vrij van waanzinnigheid. susukham vata jivama ussukesu anussuka ussukesu manussesu viharama anussuka Wij leven onder opgewonden mannen en vrouwen die zichzelf onafgebroken inspannen voor de waanzinnige jacht op wereldse dingen. Wij die niet zulk een koortsachtige inspanning verrichten voor de jacht op wereldse zaken, leven bijzonder gelukkig. Onder hen die het wereldse najagen, onder hen die plezieren zoeken, leven wij zonder die plezieren te zoeken. |
Bezitloos (van slechte eigenschappen) leven wij in groot geluk. Ondersteund door vreugde zijn wij als hemelwezens (deva's). |
200. Wij, die niets bezitten, leven inderdaad gelukkig. Onszelf voedend met geluk zijn wij als de Abhassara deva's. susukham vata jivama yesam no natthi kińcanam pitibhakkha bhavissama deva Abhassara yatha Wij leven gelukkig, wij hebben geen eigenschappen om ons zorgen over te maken. Doordat wij met geluk gevoed worden, zijn wij als de Abhassara deva's. |
Overwinning werkt vijandigheid in de hand. De overwonnene blijft in ellende achter. Voorbij overwinning en verslagen zijn, ligt de zegen van gelijkmoedigheid. |
201. Overwinning geeft aanleiding tot haat, want zij die verslagen zijn verblijven in ellende. De kalme persoon verblijft in geluk omdat hij boven overwinning en verslagen zijn uitgestegen is. jayam veram pasavati dukkham seti parajito upasanto sukham seti hitva jayaparajayam Overwinning brengt haat in het bestaan. De verslagen persoon verblijft in ellende. Maar de persoon wiens geest kalm en vredig is, verblijft in geluk. Hij hoeft het van niemand te winnen en daarom is ook een eventuele nederlaag niet relevant voor hem. Winnen en verliezen zijn zaken waar wereldse mensen zich mee bezigen, het is voedsel voor het ego. Maar de ware leerling heeft zijn ego overwonnen. |
Geen vuur als begeerte, geen misdaad als haat, geen lijden als het 'zelf'. Nibbana is de hoogste zegen. |
202. Er is geen vuur als begeerte, geen misdaad als haat, geen lijden als de aggregaten, geen geluk als de hoogste vrede. natthi ragasamo aggi natthi dosasamo kali natthi khandhasama dukkha natthi santiparam sukham Er is geen vuur als het vuur van begeerte. Er is geen misdaad als de misdaad van haat. Er is geen pijn als de verpersonifieerde aggregaten van fenomenen (pańca upadana kkhandha). Er is geen hoger geluk als de hoogste vrede, hetgeen Nibbana is. |
|
203. Honger is de ergste ziekte, samengestelde dingen zijn het grootste lijden. Dit realistisch begrip is het hoogste geluk, hetgeen Nibbana is. jighaccha parama roga sankhara parama dukkha etam natva yathabhutam nibbanam paramam sukham De meest erge ziekte is honger. Het ergste van pijn ligt besloten in samengestelde dingen (sankhara's). Wanneer deze realistische kijk op dingen ontwikkeld is, dan is dat het hoogste geluk hetgeen overeenkomt met Nibbana. Met honger wordt hier de honger naar voedsel (ahara) voor geconditioneerde dingen bedoeld waardoor je aan samsara gebonden blijft. |
Goede gezondheid is het allerbelangrijkste bezit. Tevredenheid is de hoogste weelde. Degene die betrouwbaar zijn, zijn de besten onder je relaties. Nibbana is het hoogste geluk. |
204. Gezondheid is het beste bezit, tevredenheid het hoogste van alle weelde, de besten onder je relaties zijn zij die betrouwbaar zijn, Nibbana is het hoogste geluk. arogyaparama labha santutthiparamam dhanam vissasaparana ńati nibbanam paranam sukham Van alle bezittingen is gezondheid het allerbelangrijkste bezit. Van weelde is tevredenheid (omdat er geen begeerte is) de hoogste weelde. Onder je relaties zijn zij die betrouwbaar zijn de meest verheven personen. Onder het geluk is Nibbana het allerhoogste geluk. |
Terwijl zij de smaak van afzondering en kalmte proeven, drinken zij, die onbezoedeld zijn, de vreugde van de Dhamma. |
205. Nadat hij de smaak van afzondering heeft geproefd en ook de verheven kalmte ervaren heeft hetgeen het resultaat is van de afwezigheid van bezoedelingen -- drinkt iemand de vreugde van de Dhamma. pavivekarasam pitva rasam upasamassa ca niddaro hoti nippapo dhammapitirasam pibam Hij heeft de smaak van afzondering geproefd. Hij heeft ook de smaak van kalmte ervaren vanwege de afwezigheid van bezoedelingen. Genietend de vreugde van realistisch gewaarzijn, is hij niet aangetast door bezoedelingen en is hij vrij van kwaad. |
Om samen te zijn met edele mensen betekent altijd geluk. Vermijd dwazen, dan ben je altijd vredig. |
206. Het zien van de edelen is goed. Met hen te leven strekt altijd tot geluk. Door nooit dwazen te zien is iemand altijd gelukkig. sahu dassanamariyanam sannivaso sada sukho adassanena balanam niccam'eva sukhi siya Het zien van edelen is goed. Met hen te leven strekt altijd tot geluk. Het maakt iemand gelukkig door niet met dwazen om te gaan. |
In het gezelschap van idioten ervaart iemand altijd ellende. Maar de wijzen zijn altijd een bron van warmte en begrip. Dat is je ware familie. |
207. Wie zich beweegt in het gezelschap van dwazen, kan een lange periode van verdriet tegemoet zien. Het samenzijn met dwazen, is als een leven met de vijand. Maar met de wijzen zijn, dat is als de gelukkige ontmoeting met je eigen volk. balasangatacari hi dighamaddhana socati dukkho balehi samvaso amitteneva sabbada dhiro ca sukhasamvaso natinam'va samagamo Een persoon die in het gezelschap leeft van dwazen zal voor een lange periode verdriet hebben. Het leven met dwazen is alsof je moet leven met vijanden; het leidt altijd tot ellende. Maar het samenzijn met de wijzen is als een warme ontmoeting met je eigen volk; dit leidt altijd tot geluk. |
De maan volgt het pad van de sterren. Volg op dezelfde wijze het pad van de wijzen. |
208. Ga daarom om met de wijzen, zij die over wijsheid beschikken, die goed geleerd zijn, die standvastig zijn in deugdzaamheid. Zulke edele personen wiens geluid eerlijk is, dien je te volgen -- net zoals de maan het pad van de sterren volgt. tasma hi dhiram ca pańńan ca bahussutam ca dhorayhasilam vatavantam ariyam tam tadisam sappurisam sumedham bhajetha nakkhattapatham'va candima De maan houdt het pad van de sterren aan. Op dezelfde manier dient iemand het gezelschap te zoeken van edele personen die standvastig zijn, die altijd recht door zee zijn, die begiftigd zijn met diepe wijsheid, die van grote geleerdheid zijn, die in staat zijn zich standvastig in te spannen en die plichtsgetrouw zijn. Dat zijn de verheven menselijke wezens. |